
Er zijn van die dingen in de luchtvaart waar je bijna automatisch in gelooft. Dat piloten altijd kalm blijven. Dat turbulentie meestal onschuldig is. En dat vijfsterrencatering aan boord betekent dat je iets bijzonders krijgt voorgeschoteld. Laten we eerlijk zijn: dat laatste is misschien wel de grootste illusie van allemaal.
Hoe vaak gebeurt het niet dat je instapt, je ticketprijs nog nagalmt in je portemonnee, en je bij jezelf denkt: nou, voor dit bedrag mag ik toch wel iets krijgen dat niet smaakt alsof het uit een gaarkeuken komt? En toch: daar is het weer. Het beroemde bakje.
Een grote Europese maatschappij, nationale trots, veel blauw, veel marketing, schermt graag met grote namen. Topchefs. Michelinsterren. Culinaire beleving op hoogte. Maar zodra de folie eraf gaat, begint de realiteit. Droge kip, aardappelpuree met de textuur van gips, en groenten die ooit kleur hebben gehad. Dan vraag je je af: waar zijn die sterren precies gebleven? Zijn ze onderweg uit het raam gezogen?
Het probleem is niet dat vliegtuigeten nooit perfect zal zijn. Iedereen begrijpt dat eten op 10 kilometer hoogte anders smaakt. Je smaakpapillen zijn afgestompt, de lucht is droog, alles wordt opnieuw opgewarmd. Prima. Maar wat passagiers steeds minder accepteren, is het verschil tussen belofte en uitvoering.
Als je adverteert met sterrenmaaltijden, verwachten mensen geen magnetronravioli met een sprietje peterselie als excuus of een ordinaire tomatensoep. Dan verwacht je een ervaring. Zeker als je Business Class-ticket tegenwoordig meer kost dan een weekendje Malediven.
Vlieg eens met Qatar Airways, Singapore Airlines, Emirates of zelfs Turkish Airlines. Daar is catering geen verplicht nummer, maar een visitekaartje. Bij Qatar krijg je een maaltijd die eruitziet alsof iemand er daadwerkelijk moeite voor heeft gedaan. Singapore serveert gerechten die zelfs op de grond indruk maken. Emirates heeft een wijnkaart waar menig restaurant jaloers op is. Turkish heeft zelfs een kok compleet met muts rondlopen!
En bij sommige Europese spelers? Daar krijg je soms het gevoel dat je dankbaar moet zijn dat er überhaupt bestek bij zit. Het verschil is pijnlijk zichtbaar. Niet alleen in smaak, maar vooral in aandacht. Presentatie. Service. Trots.
Vroeger was vliegen nog iets magisch. Je kreeg een dienblad en dacht: wat bijzonder, eten in de lucht! Nu is de passagier doorgewinterd, kritisch en gewend aan kwaliteit. En dan stap je een vliegtuig in waar de catering voelt als een bezuinigingsronde met saus. Als een retourticket naar New York 3.000 euro kost, dan is ‘kip of pasta’ ineens geen charmante vraag meer, maar een test van geloofwaardigheid.
Airlines zitten natuurlijk in een spagaat. Brandstofprijzen, personeelstekorten, inflatie. Alles is duurder. Maar catering is vaak het eerste waarop wordt bespaard, alsof het bijzaak zou zijn. Dat is een misrekening.
Want voor veel passagiers is het juist het tastbare verschil tussen Economy en Business. Tussen gewoon vervoer en beleving. Je kunt nog zulke mooie stoelen hebben, als het eten teleurstelt, blijft dat hangen.
Niemand zegt na afloop: wat een geweldige stoel, jammer van de smaakloze zalm. Nee, men zegt: voor dit geld was het echt onder de maat. En zo wordt catering een symbool. Van zorg. Of van onverschilligheid.
Misschien moeten we stoppen met die Michelinsterren als marketinggimmick. Want sterren op papier zijn geen sterren op je bord. Als je echt culinair wilt zijn, investeer dan in consistentie. In eenvoud die goed is. Liever een perfect klaargemaakte stoofschotel dan een mislukt ‘hoogstaand gerecht’ dat eindigt als vliegtuigprut op je bord. Maar boven alles: Presentatie!
Passagiers hoeven geen foie gras op 35.000 voet, al zou een blikje kaviaar niet misstaan voor een ticket waar je schaamteloos 8.000 euro voor vraagt. Ze willen gewoon iets dat past bij de prijs. Want zolang ticketprijzen blijven stijgen, zal de lat hoger komen te liggen. De tijd dat mensen zwijgend hun bakje leeg aten uit nostalgie is voorbij.
De moderne reiziger is wakker en vraagt zich af: als dit sterrenniveau is, hoe smaakt dan het gewone eten?