Zo zou het gegaan kunnen zijn, die 17de mei precies honderd jaar geleden. Een zwakke tot matige zuidwestenwind met nu en dan wat regen. Kort na twaalven staren een paar mannen in een polderweiland naar de horizon. Ze kijken niet naar iets specifieks; ze speuren meer, zoeken bijna verontrust alsof ze iets kwijt zijn. Een van de mannen houdt met de ene hand zijn hoed vast en gebruikt de andere boven zijn ogen om te turen. Er wordt geen woord gewisseld. De stilte is er een die heerst alsof er eerst iets moet gebeuren voor het leven verder kan.