
GPS-spoofing is de laatste jaren uitgegroeid tot een serieus onderwerp binnen de luchtvaart. Piloten rapporteren steeds vaker onjuiste positiebepalingen en verstoorde navigatiesystemen, met name in en rond conflictgebieden. Technisch is daar veel over geschreven. Maar wat gebeurt er eigenlijk wanneer iemand bewust een vliegtuig misleidt met een vals GPS-signaal? Het verrassende antwoord is dat het Nederlandse strafrecht daar al behoorlijk zware antwoorden op heeft.
Veel mensen zullen bij GPS-spoofing direct denken aan cybercrime. Aan hackers die computersystemen binnendringen. Juridisch ligt dat niet zo eenvoudig. Bij GPS-spoofing hoeft immers helemaal geen computersysteem te worden gehackt. Een dader kan simpelweg een vals signaal uitzenden dat door een vliegtuig wordt aangezien voor een legitiem navigatiesignaal.
De meest voor de hand liggende strafbepaling is daarom niet computervredebreuk, maar artikel 164 van het Wetboek van Strafrecht. Dat artikel stelt het opzettelijk veroorzaken van gevaar voor het luchtverkeer strafbaar. De maximale gevangenisstraf bedraagt vijftien jaar. Wanneer iemand overlijdt als gevolg van het feit, loopt dat zelfs op tot levenslang of dertig jaar gevangenisstraf.
Dat roept een interessante vraag op. Stel dat iemand nabij een luchthaven bewust een vals GPS-signaal uitzendt. Een vliegtuig ontvangt daardoor onjuiste navigatiegegevens. De bemanning merkt de fout tijdig op, corrigeert de situatie en landt veilig. Is er dan eigenlijk wel iets gebeurd? Strafrechtelijk gezien luidt het antwoord waarschijnlijk: ja.
Artikel 164 vereist immers niet dat daadwerkelijk een vliegtuig verongelukt. Het bewust veroorzaken van gevaar voor het luchtverkeer kan al voldoende zijn. Juist omdat de gevolgen van een fout in de luchtvaart zo groot kunnen zijn, grijpt het strafrecht al veel eerder in.
Nog interessanter is artikel 166 van het Wetboek van Strafrecht. Dat artikel verbiedt onder meer het verijdelen van de werking van een voor de luchtvaart bestemd veiligheidshulpmiddel of het geven van een verkeerd teken. De wetgever dacht daarbij oorspronkelijk aan fysieke hulpmiddelen zoals bakens, seinen en andere navigatiemiddelen.
Toch is de vergelijking met GPS-spoofing opvallend treffend. De spoofer doet immers precies hetzelfde: hij zorgt ervoor dat een luchtvaartuig vertrouwt op verkeerde navigatie-informatie. Ook hier gelden gevangenisstraffen tot twaalf jaar, oplopend tot vijftien jaar of zelfs dertig jaar wanneer een vliegtuig verongelukt of iemand overlijdt.
Het interessante aan GPS-spoofing is daarom dat het juridisch gezien misschien minder revolutionair is dan het technisch lijkt. De techniek is nieuw, maar het verwijt is eeuwenoud. Wie opzettelijk verkeerde navigatie-informatie verstrekt aan verkeersdeelnemers, brengt anderen in gevaar.
Vroeger gebeurde dat door een sein te manipuleren of een navigatiebaken te verplaatsen. Tegenwoordig gebeurt het met een laptop, een antenne en een vals satellietsignaal.
De methode is veranderd. De dreigende gevangenisstraf niet.