Mijnbouw, EU en luchtvaart

Marc Litjens
4 augustus 2026

Soms duurt het jaren voordat een overheid inziet dat strategische afhankelijkheid een risico is. Hadden ze maar piloten om te raadplegen! Maar als dat besef eenmaal doordringt, kan het beleid in korte tijd volledig kantelen.

extra add 1ste alinea: 
1

De EU-documentaire Made in Europe van Amazon Prime laat haarfijn zien hoe verschillend China en Europa strategisch denken. De wijzen uit het oosten werken al tientallen jaren volgens een echte langetermijnvisie. Door gerichte staatsinvesteringen, wereldwijde overnames, mijnbouwrechten en langlopende contracten heeft het land een vrijwel onaantastbare positie opgebouwd in de winning en vooral de verwerking van zeldzame aardmetalen.

Inmiddels vindt ongeveer 95 procent van de wereldwijde verwerking van deze cruciale grondstoffen onder Chinese regie plaats. Daarmee heeft China een zeer sterke geopolitieke troef in handen voor de energie en technologiesector van de toekomst. En wat doen wij?

Europa koos jarenlang voor een andere koers. Waar China regeerde vanuit een duidelijke strategie, reageerde Europa vooral achteraf op deze ontwikkelingen.

Pas nu de afhankelijkheid pijnlijk zichtbaar is geworden, beseft de Europese Unie dat strategische autonomie geen luxe is, maar een noodzaak. Misschien laat, maar gelukkig nog niet te laat. Met investeringen in eigen mijnbouw, raffinage en batterijproductie probeert Europa de achterstand alsnog in te lopen.

Europa investeert inmiddels miljarden in de ontwikkeling van eigen mijnbouw, raffinage en batterijproductie. Niet alleen in Oekraïne, maar ook in landen als Zweden, Finland, Portugal, Spanje en andere delen van Europa waar aanzienlijke voorraden aanwezig zijn. Via subsidies, versnelde vergunningen en de Critical Raw Materials Act probeert Europa weer regie te krijgen over zijn eigen industrie.

Niet omdat Europa tegen wereldhandel is, maar omdat strategische sectoren niet volledig afhankelijk mogen worden van landen die andere geopolitieke belangen hebben.

De vraag is alleen waarom dit inzicht niet wordt toegepast op een andere strategische sector: Onze Europese luchtvaart.

De Europese luchtvaart krijgt namelijk steeds meer te maken met een kostenstructuur die concurrenten buiten Europa nauwelijks kennen. In Azië heb ik face-to-face piloten gesproken die ons voor gek uitmaken en ons keihard uitlachen. Mijn mening over deze minder briljante acties kent u nu wel.

Het Europese Emission Trading System, nationale vliegtaksen, oplopende luchthavenheffingen en aanvullende duurzaamheidsverplichtingen zorgen ervoor dat Europese luchtvaartmaatschappijen structureel hogere kosten hebben dan veel concurrenten uit Azië en het Midden-Oosten.

Dat is geen theoretisch probleem meer.

Op Schiphol zien we inmiddels de gevolgen. Vietnam Airlines en Thai Airways hebben nieuwe lijndiensten geopend. Singapore Airlines, EVA Air, Cathay Pacific, ANA, Japan Airlines en andere Aziatische maatschappijen breiden hun positie verder uit. Voor de reiziger is dat uitstekend nieuws.

Concurrentie leidt tot betere dienstverlening, lagere prijzen, betere producten en meer keuze.

Maar achter die ontwikkeling schuilt ook een ongemakkelijke realiteit.

Veel van deze maatschappijen opereren vanuit landen waar de klimaatlasten aanzienlijk lager zijn dan binnen Europa. Zij vliegen naar dezelfde Europese markt, maar doen dat vanuit een veel gunstiger kostenpositie. Europese maatschappijen concurreren daardoor niet alleen op kwaliteit of efficiëntie, maar ook tegen een fundamenteel ander regelgevend speelveld.

Dat zien we niet alleen in de luchtvaart.

De Duitse auto-industrie verliest nu keihard terrein aan Chinese fabrikanten, omdat jij een goedkope Chinese elektrische auto wilt leasen/kopen. BMW schrapt daardoor 8.000 banen. Volkswagen staat onder hele zware druk. Hoge energiekosten, regelgeving en internationale concurrentie zorgen ervoor dat complete industriële ecosystemen onder spanning komen te staan.

Ook op Schiphol stapelen de signalen zich op. EasyJet noemt Schiphol inmiddels de duurste luchthaven binnen haar netwerk. Reizigers en vakantiegangers wijken steeds vaker uit naar luchthavens net over de grens. Tegelijkertijd worstelt Schiphol met personeelstekorten, hoge werkdruk bij beveiliging en stijgende operationele kosten.

Los van de vraag wie daarvoor wederom verantwoordelijk is, laat het zien hoe kwetsbaar een strategisch knooppunt kan worden wanneer kosten sneller stijgen dan de concurrentiekracht.

Dat betekent overigens niet dat duurzaamheid minder belangrijk is.

Integendeel.

De luchtvaart zal zich moeten verduurzamen. Maar dan wel allemaal, mondiaal met gelijke kansen en kosten. Daar bestaat nu nog nauwelijks discussie over. De sector investeert volop in duurzame vliegtuigbrandstoffen, efficiëntere vliegtuigen, elektrische en waterstoftechnologie en operationele verbeteringen die brandstof besparen.

Maar de vraag is of het verstandig is om één van de schoonste en meest innovatieve luchtvaartsectoren ter wereld zwaarder te belasten dan haar wereldwijde concurrenten, terwijl die concurrenten dezelfde passagiers blijven vervoeren.

Als gevolg daarvan verschuift de economische activiteit eenvoudigweg naar buiten Europa. De uitstoot verdwijnt daarmee niet. De werkgelegenheid wel.

Juist daarom is de les uit de Europese mijnbouw zo relevant.

Europa heeft ingezien dat strategische autonomie waarde heeft. Dat bepaalde sectoren bescherming verdienen zolang er geen gelijk internationaal speelveld bestaat. Dat geldt voor grondstoffen. Dat geldt voor batterijen. Waarom zou dat niet gelden voor de luchtvaart?

Concurrentie is gezond. Bescherming tegen concurrentie is zelden de oplossing.

Maar een gelijk speelveld is heel iets anders dan zelf een minder briljante, structurele achterstand organiseren.

Europa heeft de moed gehad om zijn afhankelijkheid van Chinese grondstoffen opnieuw te beoordelen. Misschien is het tijd om met dezelfde nuchtere blik te kijken naar de internationale concurrentiepositie van de Europese luchtvaart.

Europa leert eindelijk een belangrijke les. Nu de luchtvaart nog.

Beste CEO’s, vakbonden, politici en beleidsmakers, als wij onze eigen industrie blijven verzwaren terwijl de rest van de wereld dat niet doet, lopen straks niet alleen de grondstoffen de deur uit.

Dan vliegen ook de banen, de kennis, het geld en uiteindelijk de passagiers Europa voorbij. De-industrialisatie mag nooit het doel zijn. Dus neem jullie verantwoordelijkheid, gezamenlijk, nu!

Extra advertentie tonen: 
1
Marc Litjens
4 aug 2026 - 11:41
Column Daan Lenderink
17 jul 2026 - 09:37
Column Jan Cocheret
14 jul 2026 - 08:37
Column Gordon Heuckeroth
22 jun 2026 - 15:22
Column Jan Cocheret
22 jun 2026 - 15:05
Tom Coulier
15 jun 2026 - 13:20
Column Daan Lenderink
15 jun 2026 - 09:12
Column Jan Cocheret
22 mei 2026 - 10:45
Tom Coulier
20 mei 2026 - 10:26
Column Gordon Heuckeroth
20 mei 2026 - 10:24
Tom Coulier
28 apr 2026 - 10:40
Column Jan Cocheret
24 apr 2026 - 16:02
Column Walter Schut
23 apr 2026 - 11:47
Tom Coulier
26 mrt 2026 - 10:01
Column Jan Cocheret
26 mrt 2026 - 10:00
Marc Litjens
16 mrt 2026 - 10:28
Column Gordon Heuckeroth
14 mrt 2026 - 07:00
Column Walter Schut
18 feb 2026 - 11:11
Column Gordon Heuckeroth
16 feb 2026 - 11:29
Tom Coulier
16 jan 2026 - 14:28
Column Jan Cocheret
16 jan 2026 - 14:23
Marc Litjens
18 dec 2025 - 13:45
Column Jan Cocheret
17 dec 2025 - 11:38
Tom Coulier
17 dec 2025 - 11:35
Column Walter Schut
13 dec 2025 - 13:49
Copyright Reismedia BV 2026 - Cookieinstellingen